Bewoners Middellaan Breda: ‘Dit is geen veerkrachtproject, dit is hoe we samenleven’
In de flat aan de Middellaan in Breda leefde een brede wens naar meer onderlinge verbinding, steun en hulp. Zo ontstond een beweging voor en door bewoners. Geen strak programma of vastomlijnd participatieproject, maar een netwerk van bewoners die elkaar vinden en samen optrekken.
In de flat aan de Middellaan wonen bewoners met verschillende achtergronden, leeftijden, talenten en kwetsbaarheden. Er wonen bovengemiddeld veel mensen die begeleiding en zorg van professionele instanties krijgen. Jarenlang leek het een hechte gemeenschap. Tot het coronavirus toesloeg en de huismeester van de woningcorporatie met pensioen ging. De verbinding viel weg en problemen werden zichtbaarder: er was meer politie-inzet, er ontstonden spanningen tussen bewoners en het gevoel van onveiligheid nam toe.
‘Tot corona dachten we dat we een prachtige gemeenschap hadden. Maar die bleek afhankelijk te zijn van één persoon, de huismeester,’ deelt bewoner Sinéad Power. De huismeester was volgens haar iemand die de bewoners ondersteunde en verbond, zonder over te nemen.
Tegelijkertijd groeide een tweede inzicht. In de flat ontvingen veel bewoners een vorm van zorg, vaak individueel georganiseerd en gefinancierd, terwijl veel mensen een soortgelijke zorgvraag hadden. Bewoners begonnen zich af te vragen: kan dit niet slimmer, menselijker en meer samen?
Van vraag naar beweging
Samen met de gemeente en de woningcorporatie werd verkend wat nodig was. Debby den Heijer, een betrokken ambtenaar bij de gemeente: ‘We roepen al heel lang dat bewoners het meer zelf moeten doen. Nu kwamen bewoners met een eigen vraag, met behoud van eigen regie.’ In plaats van een vooraf uitgewerkt plan ontstond een gezamenlijk leerproces, waarin bewoners en gemeente zochten naar een passende vorm. Zo ontstond aanvankelijk het idee van de rol van een ‘mattie’ die ondersteuning kan bieden aan bewoners van de flat. Idealiter woont een mattie zelf in de flat of in de directe omgeving. Het woord mattie is door bewoners zelf gekozen. Debby: ‘De huismeester die zo gemist wordt was een ‘mattie’ – een vriend – van de bewoners.’
Debby: ‘Een ‘mattie’ weet de weg in het woud aan aanbieders en regels.’ Sinéad vult aan: ‘Een mattie initieert niet, maar vraagt wat hij kan bijdragen aan de oplossing. Wat ga jij doen en waar kan ik je bij helpen?’ Bij het verkennen van de rol van de ‘mattie’ ontdekten bewoners iets belangrijks: ‘ ‘Weer een extrasysteem en functieomschrijving draagt niet bij aan de oplossing die we zoeken.’
Het zijn van een mattie kan op verschillende manieren ingevuld worden en dat maakt het zo krachtig.Sinéad
John, vriend van de Middellaan: ‘Juist de last die de ‘mattie’ oplevert – werkgeverschap, een rechtsvorm nodig hebben, geld, vergaderen – is de reden geweest om die wens los te laten en in plaats daarvan mattiegedrag te verlangen van elke professional die in de wijk actief is.’ Sinéad vult aan: ‘Een mattie zijn is iets wat je als mens doet, en geeft je ruimte te zien waar je op aan kan sluiten of aan kan bijdragen. Het zijn van een mattie kan op verschillende manieren ingevuld worden en dat maakt het zo krachtig. Debby en John zijn bijvoorbeeld ook onze matties, en in de toekomst hopen we matties toe te voegen die helpen met het ondersteunen in huishoudelijke taken.’
Dit gezamenlijke leerproces resulteerde dus in het inzicht dat elke professional in de wijk een mattie zou moeten zijn. Naar het voorbeeld van de vroegere huismeester die zelf deel uitmaakte van de gemeenschap, wist wat er speelde en snel kon schakelen met instanties zoals de gemeente.
Hoe werkt het in de praktijk?
De kracht van de bewoner van de Middellaan zit niet in een vast programma, maar in de manier van werken. Bewoners komen in verschillende samenstellingen per vraagstuk samen, maar zonder strak einddoel. Sinéad: ‘Wij werken niet met doelen. We hebben dromen en bewegen stap voor stap.’
Belangrijk is dat iedereen op zijn eigen tempo kan aansluiten. Professionals spelen een rol, maar op een andere manier dan gebruikelijk. Ze sluiten aan als mens, niet vanuit hun functie. Het gaat volgens bewoners Sinéad en Benjamin niet alleen over wat je doet als professional, maar ook over wie je bent in de buurt.
Een plek om samen te komen
Een belangrijke moment was het krijgen van een gezamenlijke ruimte: een woning in de flat – door de woningcorporatie ter beschikking gesteld – die door bewoners zelf werd ingericht. Wat begon als een kale ruimte, groeide uit tot een plek waar mensen elkaar ontmoeten, koken en samen dingen ondernemen. Geen formeel buurthuis, maar een huis waarvan bewoners hopen dat het voor iedereen voelt als thuis. Sinéad: ‘We hebben geen naam, geen openingstijden of projecten. We zijn ‘niks’, en daarmee precies alles wat we willen zijn. Dat geeft ruimte om ieders eigen invulling aan het huis te geven.’ Ontmoetingen en bijeenkomsten ontstaan vooral organisch: wekelijkse koffiemomenten, gezamenlijk koken, spelletjes- en schaakavonden, opruimdagen en buurtmomenten, een bewonersavond over veiligheid. Bewoner Benjamin: ‘Dit huisje begint echt een thuis te worden.’
De buren ontmoeten elkaar in de gezamenlijke ruimte.
Meer burencontact en verbinding
Bewoners zien de afgelopen jaren een aantal veranderingen: er zijn meer onderlinge contacten, er is meer begrip tussen bewoners, er zijn minder escalaties doordat problemen eerder besproken worden en er is een groter thuis- en veiligheidsgevoel. Benjamin: ‘Mensen zoeken elkaar nu sneller op en lossen dingen vaker samen op.’ Bewoners groeten elkaar vaker en spreken elkaar gemakkelijker aan. Daarnaast groeit het gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap. Bewoners organiseren zelf activiteiten en ondersteunen elkaar waar nodig.
Samenwerking met professionals en organisaties
Wat opvalt in gesprekken met bewoners en betrokkenen is het belang van onderling vertrouwen in de samenwerking met de gemeente en andere instanties. Sinéad: ‘Als iemand zegt dat hij iets doet, moet hij het ook doen. Daar begint alles.’
De samenwerking met sommige partners verloopt goed, vooral de persoonlijke, langdurige relaties waarbij sprake is van contact van mens tot mens. Met een aantal mensen binnen de gemeente en de corporatie is bijvoorbeeld een sterke relatie opgebouwd, dit zijn ook ‘matties’, al ervaren bewoners soms traagheid in processen.
Niet alle samenwerkingen zijn vanzelfsprekend. Sinéad: ‘Een ‘mattie’ is een vriend die we kunnen bereiken als er iets is, ook als dat bijvoorbeeld buiten kantooruren is. We lopen bij sommige organisaties vast op hoe we elkaar beter kunnen leren kennen en vertrouwen, elkaars gegevens kunnen delen en weten wat we voor elkaar kunnen betekenen. Soms lukt het niet om – wanneer we er zelf niet uitkomen – de politie, begeleider of dergelijke te bereiken. Dat is moeilijk, je wil mensen die je kent kunnen bereiken wanneer er iets is.’
Wat zijn de succesfactoren?
Uit de ervaringen aan de Middellaan komen duidelijke succesfactoren naar voren. Geen wantrouwen of controle, maar uitgaan van goede intenties. Professionals en bewoners ontmoeten elkaar als gelijkgestemde mensen. Debby: ‘Het belangrijkste inzicht is dat als je als professionals meer betrokkenheid van inwoners vraagt, je er ook moet zijn als het écht nodig is, als betrouwbare en gelijkwaardige partner. De bewoners van de Middellaan gaan bijvoorbeeld zelf met overlastgevers in gesprek, maar als ze geen nummer hebben van een wijkagent en niemand komt als het uit de hand loopt, stopt dat natuurlijk een keer.’
De oplossing komt uit de wijk. Dat is misschien wel de belangrijkste les.Sinéad
Bewoners kiezen er bewust voor om geengebruik te maken van subsidies. Sinéad: ‘We willen niet afhankelijk zijn van geldstromen, we bekostigen alles zelf; alle koffie en thee, bingo, spelletjesavonden, thema-avonden. Dat maakt ons vrij.’ En ten slotte: er is ruimte voor ‘rommeligheid’. Er is geen strak plan, maar ruimte om te experimenteren en te leren. Tegelijkertijd is het niet altijd eenvoudig. Bewoners lopen tegen verschillende uitdagingen aan: trage besluitvorming bij organisaties, gebrek aan respons of terugkoppeling, verschillende ‘talen’ tussen bewoners en professionals en systemen die niet aansluiten op flexibele zorgbehoeften. Ook ervaren bewoners dat veel oplossingen al worden bedacht zonder hen te betrekken, terwijl zij vaak zelf met goede oplossingen kunnen komen.
Samen kijken naar de toekomst
Voor de toekomst zien bewoners vooral kansen in het verder versterken van wat er al is. Belangrijke wensen zijn sneller schakelen met partners, meer directe aanspreekpunten en professionals die meedraaien in plaats van op afstand blijven. Daarnaast is er de wens om in plaats van de veelheid aan aanbieders van huishoudelijke verzorging, één persoon aan te stellen die samen met de bewoners de (huishoudelijke) zorg biedt die nodig is. Debby: ‘Een zorgprofessional – of liever nog, een mens – die dichterbij staat en meer verankerd is in de gemeenschap zelf. Niet iedereen heeft wekelijks dezelfde zorg nodig, en de intensiteit van de zorgvraag verschilt soms van week tot week. Een persoon die echt verbonden is aan de flat zou deze zorg flexibeler kunnen aanbieden. Waar de ene bewoner wat minder zorg nodig heeft in de ene week, is er meer tijd over voor de andere bewoner. Bij een indicatie van de gemeente werkt het niet op deze manier, en kan je een indicatie verliezen als je zorgvraag tijdelijk lichter wordt.’
De Middellaan laat zien dat bewoners veel meer kunnen dan vaak wordt gedacht. Maar dat vraagt wel een andere houding van professionals en organisaties. Iedere professional moet eigenlijk een ‘mattie’ zijn. Geef bewoners ruimte om zelf richting te geven; kom niet zelf met plannen, maar luister en sluit aan bij waar bewoners zelf mee bezig zijn. Werk vanuit vertrouwen, niet vanuit controle. Accepteer dat ontwikkeling rommelig en onvoorspelbaar is. Sinéad: ‘Faciliteren kun je leren, maar het begint met een stap terug doen. De oplossing komt uit de wijk. Dat is misschien wel de belangrijkste les.’
Meer weten?
Meer weten over de Middellaan? Download de interventiebeschrijving.
Dit artikel maakt deel uit van een reeks interventiebeschrijvingen behorend bij de Agenda Veerkrachtige en Weerbare Samenleving. Lees ook de andere praktijkverhalen.
Foto header: Pix4Profs
Herziene Onderzoeksagenda Leefbaarheid en Veiligheid 2026
WijkWijzer
Lessen van zeven jaar Verduurzaming van Kwetsbare Wijken
WijkWijzer