WijkWijzen

Wie zijn die beleidsmakers, sociaal professionals en actieve bewoners die zich inzetten voor leefbare en veilige wijken? Elke maand zetten we iemand in de spotlights die dagelijks bezig is met het verbeteren van wijken en buurten. We noemen ze WijkWijzen. Deze maand: Jan Jans, voormalig programmamanager wijken.

Jan Jans

 

Neem de leefwereld als vertrekpunt

In 1979 komt Jan Jans in het Arnhemse Broek te werken als buurtmaatschappelijk werker. In 2018 sluit hij zijn werkzame carrière af op het stadhuis van Arnhem als stedelijk manager wijken. In al die jaren is het werken mét en voor bewoners een rode draad gebleken. Het was voor Jans bijna een roeping, vertelt hij. “De openheid naar mensen zit in mijn genen. Vroeger bij mijn ouders thuis kwam ook iedereen over de vloer. Ik zou dit morgen weer doen.” Vanzelfsprekend kwam Jans in de wijk veel bij bewoners thuis. Op het gemeentehuis nodigde hij wijkbewoners uit om daar met hem koffie te komen drinken. “Dat koffie drinken op het stadhuis met bewoners heeft mijn status verhoogd”, lacht Jans. Om serieuzer te vervolgen: “Het helpt om bewoners te laten zien wat er bij de gemeente gebeurd. Dat vergroot hun betrokkenheid en het slecht drempels.”

Bekijk hier alle WijkWijzen

Casus: Arnhemse wijkbudgetten

De wijken Het Arnhemse Broek, Klarendal, Presikhaaf en Malburgen worden in 2007 op de lijst van 40 Vogelaarwijken geplaatst. De lijst is genoemd naar toenmalig minister Ella Vogelaar. In deze buurten wordt, vanwege een stapeling van fysieke, sociale en economische problemen, extra geld geïnvesteerd door de landelijke overheid. Midden jaren ’10 komt er een einde aan die extra bijdragen. Dan besluiten de gemeente, bewoners en woningcorporaties om de investeringen zelf voort te zetten, vertelt Jans. “Veel gemeenten redeneerden: ‘Vogelaar weg, budget weg, wijkaanpak weg’. Onzin, vonden wij.” Arnhem investeert met eigen middelen, samen met de woningcorporaties, 100 miljoen euro in haar wijken. Niet alleen in de krachtwijken, maar in de hele stad. Mét een sturende rol voor wijkbewoners, legt Jans uit. “De gemeente is budgethouder. Bewoners worden idealiter opdrachtgever van dit budget.” Het blijkt dat er een groot verschil bestaat tussen de wensen van wijkbewoners en dat wat de gemeente nodig of wenselijk acht. Door deze nieuwe aanpak kunnen wijkinvesteringen aangepast worden aan wat bewoners willen. En ze kunnen zelf zaken oppakken. Het aantal betrokken inwoners stijgt daardoor flink.

Jans’ symbool voor de wijkaanpak: Bomen in Het Arnhemse Broek

“Hoofdrolspelers van de wijkaanpak zijn voor mij de bewoners van de wijk. Zij willen daar fijn wonen. De kern zit hem voor mij erin de wijk in te gaan, te luisteren naar bewoners en samen te zoeken naar oplossingen. Wij zijn begonnen met het ‘laaghangend fruit.’ Daarmee bedoel ik: iets zichtbaars en tastbaars doen waar bewoners de hand in gehad hebben. Het Arnhemse Broek gold indertijd als misschien wel de beroerdste wijk van Arnhem. De werkloosheid was er hoog en veel mensen kwamen hun hele leven de wijk nauwelijks uit. Dus we planten een boom voor de deur zodat zij in hun eigen omgeving groen kunnen ervaren. Bewoners merken dat ze door de gemeente serieus genomen worden en ze zien letterlijk het resultaat daarvan. Dat blijkt een goede basis voor vervolgprojecten te zijn : een leer-werkplaats in een leegstaand pand, opknappen van de buurtspeeltuin of gezamenlijk organiseren van de schoonmaak.”

Wat werkt in de wijkaanpak?

In de 40 jaar die Jans professioneel in wijken doorbracht – 28 jaar in Arnhem en circa 12 jaar in Nijmegen – leerde hij veel over wat werkt in de wijkaanpak.

  • Er zijn werkt. Jans zorgde er altijd voor dat hij zichtbaar, hoorbaar, benaderbaar en binnenroepbaar was. Het is een absolute voorwaarde als je als ambtenaar samen met bewoners ideeën wil ontwikkelen en realiseren, vindt hij. En het kan problemen vorkomen. Zo ging  de burgemeester regelmatig mee de wijk in. “Die sprak er dan met allerlei verschillende buurtbewoners. Als er later eens onrust uitbrak, dan kon de burgemeester met dezelfde buurtbewoners praten. Omdat ze elkaar kenden, waren de problemen dan meestal snel opgelost.”
  • Begin met het simpele. “Ga allereerst aan de slag met de opgaven die in de leefwereld van bewoners liggen”, legt Jans uit. Het zijn vaak zaken die relatief simpel en snel tot zichtbaar resultaat leiden. En dat is belangrijk. “Want van daaruit kan je opbouwen en gaat de wijkaanpak, ook de aanpak van grotere problemen, eigenlijk als vanzelf.” En communiceer daar dan ook over. “Be good and tell it!” Jans gebruikt het motto om aan te geven dat als iets werkt, je dan zeker ook het lef moet hebben om uit te dragen dat iets op een bepaalde manier werkt.
  • Niet in het abstracte blijven hangen. Bij de wijkaanpak wordt vaak in programma’s gewerkt. Daarin worden de grotere doelen voor de langere termijn opgenomen. Het helpt om deze ook via projecten in de wijk concreet te maken. Dan zien bewoners dat er ook daadwerkelijk resultaat geboekt wordt. “En vergeet niet om de enigszins abstracte doelstellingen aan concrete uitvoering te verbinden”, geeft Jans mee.

Je hebt elkaar nodig: personen die benaderbaar zijn om in actie te komen

Je hebt alle partijen in de wijk nodig om tot een succesvolle wijkaanpak te komen, volgens Jans. Wel zocht hij altijd naar mensen die, net als hij, bereid waren om hun schouders eronder te zetten. “Eigenlijk moeten alle organisaties zich in de dezelfde lijn gedragen en het contact met bewoners voorop stellen. Je hebt een opdracht vanuit de samenleving, en die heb je uit te voeren”, besluit Jans.

Meer lezen?

Maak een account aan

Om artikelen aan je leeslijst toe te voegen en om artikelen en events met bepaalde thema's of van specifieke organisaties of auteurs te volgen, moet je ingelogd te zijn.